Cijfers

Belangrijkste feiten

  • Onderzoek in 2008-2009 liet zien dat problematisch online gamen bij circa 3% van de adolescente gamers voorkwam, ofwel ongeveer 1,5% van alle jongeren van 13 t/m 16 jaar (Van Rooij et al., 2011). Dat lijkt lager dan in het Peilstationsonderzoek Scholieren, maar vanwege verschillen in onderzoeksmethoden kunnen er geen conclusies over trends worden getrokken.
  • Problematisch gamen lijkt het meest voor te komen onder spelers van multiplayer online games (zoals World of Warcraft) (Van Rooij et al., 2014).
  • Gamen hoeft an sich niet gepaard te gaan met andere psychosociale problemen (bijv. depressie, sociale angst) en slechtere schoolprestaties, maar er zijn aanwijzingen dat dit voor (hoog) problematische gamers wel zo is (Van Rooij et al., 2014).
  • Ruim 3% van de 12- t/m 16-jarige scholieren in het voortgezet onderwijs voldoet aan de criteria voor risicovol gamen, jongens (6%) vaker dan meisjes (1%).
  • Naarmate het schoolniveau stijgt, daalt het risicovol gamen: risicovol gamen komt het meest voor bij leerlingen van VMBO-b (5%) en het minst bij leerlingen van HAVO- en VWO (2%). 

Bron: Peilstationsonderzoek Scholieren/Leefstijlmonitor, Trimbos-instituut i.s.m. RIVM, 2015.

Hulpvragen

Het aantal mensen dat hulpt bij de verslavingszorg zoekt voor gamen is tot 2013 sterk gestegen en schommelt sindsdien rond de 500 per jaar. In 2015 waren er 537 personen met een hulpvraag voor internetgamen, wat neerkomt op 3 inwoners per 100.000 inwoners. Veel meer mannen dan vrouwen melden zich met een gameverslaving, namelijk 92% tegenover 8%. De gemiddelde leeftijd is 21 jaar en 82% van de hulpvragers is jonger dan 25 jaar. Het aandeel autochtoon is 89%. 

Het werkelijke aantal gameverslaafden is moeilijk te bepalen. Dat komt mede doordat mensen zich bijvoorbeeld aanmelden bij een instelling omdat ze willen stoppen met blowen, maar daarnaast ook verslaafd zijn aan gamen. Het aantal hulpvragen is in de jaren flink gestegen. Dat kun je zien in de tabel hieronder.

2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009
537 544 517 411 242 182 69

Hoeveel schoolgaande kinderen gamen?

  • In het basisonderwijs gamet 87% van de scholieren en 33% doet dit bijna dagelijks (46% van de jongens en 21% van de meisjes).
  • 68% van de scholieren in het voortgezet onderwijs gamet wel eens en 27% van de scholieren doet dit bijna dagelijks, jongens (44%) vaker dan meisjes (9%).
  • Vanaf het basisonderwijs neemt de frequentie van gamen geleidelijk af. Van de 16-jarige scholieren in het voortgezet onderwijs gamet 58% en 20% doet dit dagelijks. Hoewel het aantal gamers afneemt, lijken de gamers gemiddeld meer tijd aan het gamen te besteden: het percentage gamers dat minder dan 1 uur per keer gamet neemt af van 37% in het basisonderwijs naar 17% bij de 16-jarigen in het voortgezet onderwijs.

Bron: Peilstationsonderzoek Scholieren/Leefstijlmonitor, Trimbos-instituut i.s.m. RIVM, 2015

Internationale vergelijking

Het ESPAD-onderzoek (European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs) maakt een vergelijking mogelijk van het gamegedrag van 15- en 16-jarige scholieren uit Europa. In 2015 deden in totaal 96.046 scholieren uit 35 landen mee. Uit het onderzoek bleek dat 23% van alle ESPAD-scholieren regelmatig online gameden (tenminste 4 keer in de afgelopen week). De Nederlandse scholieren scoorden met 27% iets hoger dan dit totaal gemiddelde. Regelmatig online gamen kwam het meeste voor in Denemarken (45%) en het minste in Georgië (13%). Jongens gamen veel vaker dan meisjes (39% vs. 7%). De meeste online gamende jongens waren te vinden in Denemarken (64%) en Zweden (58%) en de minste in Georgië en Monaco (23%). De meeste gamende meisjes waren te vinden in Denemarken (28%) en Monaco (18%). Voor Nederland gold dat 48% van de jongens en 6% van de meisjes regelmatig online gameden.

Bron: ESPAD 2015