Gameverslaving

Over gameverslaving

Voor de meeste gamers is gamen een leuke hobby. Zij ervaren er weinig of geen problemen door. 

Een kleine groep mensen gamet erg veel en raakt hierdoor wél in de problemen. Soms is het gamen een manier geworden om problemen te ontvluchten en soms veroorzaakt het gamen zelf juist problemen. In ieder geval zal het gamen meegenomen moeten worden bij het aanpakken van de problemen.

Maar wanneer is iemand een fanatiek (hobby) gamer en wanneer is het gamegedrag problematisch?

Gamen wordt een probleem als mensen de controle erover verliezen. Iemand besteedt dan zo veel tijd aan gamen dat hij of zij erdoor in de problemen komt, bijvoorbeeld op het werk of op school, op financieel gebied of met relaties. Er is geen goede balans meer tussen het gamen en andere activiteiten. Het lukt bovendien ook niet om te minderen.

In de ICD-11, een diagnostisch instrument dat wordt uitgegeven door de WHO, zijn in juni 2018 twee diagnoses voor problemen met betrekking tot gamen toegevoegd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen lichte problemen door gamen (problematisch gamen of risicovol gamen) en zware problemen door gamen (gamestoornis of 'gameverslaving').

1. Problematisch gamen/risicovol gamen

Als iemand door het gamen enige (lichte) problemen ervaart, spreken we van problematisch of risicovol gamen (hazardous gaming) en niet van verslaving. Volgens de ICD-11 betekent dit dat iemand door het gamen verhoogd risico loopt op lichamelijke of mentale problemen. Iemand kan risico lopen door:

  • de hoeveelheid tijd die aan gamen wordt besteed
  • andere activiteiten gaan lijden onder het gamegedrag (bijvoorbeeld werk/school- en sociale activiteiten)
  • riskant gedrag dat met gamen samengaat (zoals een verkeerde houding, wat tot lichamelijke klachten kan lijden; of het uitgeven van te veel geld in een game)
  • het blijven gamen, ook al is diegene zich bewust van het risico op negatieve consequenties

2. Een gamestoornis of ‘gameverslaving’

Als iemand in verband met zijn gamegedrag ernstige problemen ervaart spreken we van een gamestoornis of ‘gameverslaving’ (gaming disorder).

Volgens de ICD-11 is er sprake van een gamestoornis als er gedurende een periode van meer dan 12 maanden sprake is van:

  • Het blijven gamen, ondanks ernstige, negatieve gevolgen op de lichamelijke en mentale gezondheid, persoonlijke relaties, opleiding of werk.
  • Een gebrek aan controle over hoe veel men gamet.
  • Een te grote voorkeur voor gamen ten opzichte van andere activiteiten in het dagelijks leven (verstoorde balans).

Binnen de psychiatrie wordt gebruik gemaakt van een ander diagnostisch handboek, de DSM-V. Hier bestaat de diagnose gameverslaving (nog) niet. Maar ook hier is al sinds 2013 internetgamingstoornis opgenomen als een aandoening die verder onderzoek en praktijkervaring behoeft.

Doe deze test om een idee te krijgen of gamen voor jou een leuke hobby is of een probleem.

Lees hier meer over wat je kan doen als het uit de hand loopt.

Gameverslaving - bestaat het echt?

We weten dat er mensen zijn die problemen ervaren én veel gamen. Van de jongeren voldoen ongeveer 4 procent aan de definitie ‘problematisch gamen’.1 In 2015 meldden zich in Nederland 537 personen bij de verslavingszorg voor een behandeling voor problemen met gamen.2 Het is belangrijk dat deze mensen passende hulp krijgen.

Met dit idee heeft de WHO in 2018 twee diagnoses voor problemen met betrekking tot gamen toegevoegd: hazardous gaming (problematisch gamen) en gaming disorder (gameverslaving)3. Het stellen van zo een diagnose heeft voordelen. Maar het is ook zaak om voorzichtig te zijn met plakken van het label gameverslaving. Er bestaat de vrees dat het invoeren van deze diagnose juist leidt tot meer stigmatisering van gamers, wat het probleem eerder vergroot dan verhelpt. Bij lichtere problematiek kan het plakken van dit label de verkeerde nadruk leggen en nog meer spanningen oproepen. Daarnaast is het niet altijd duidelijk of gamegedrag een symptoom is van problemen of een oorzaak (of allebei).

Lees hier meer over deze kritiek.

Hoe herken je problematisch gedrag?

Als het gamen dan toch uit de hand loopt, hoe herken je het en wat kun je doen?

Op basis van het aantal uren dat iemand gamet alléén is niet te bepalen of het gamen problematisch is: het gaat erom dat er problemen zijn met het gezond functioneren. De volgende punten kunnen eerste tekenen zijn dat er problemen ontstaan met het gamen:

  • Balansverlies: andere activiteiten volledig verwaarlozen (bijv. werk/school/sport)
  • Het erg moeilijk vinden om te stoppen met gamen
  • Langer en meer gamen dan men van plan was
  • Gamen terwijl het eigenlijk niet meer leuk is om te spelen
  • Aanhoudende gevoelens van eenzaamheid, gespannenheid of somberheid
  • Minder goed voor jezelf zorgen, zoals te weinig slapen of te weinig eten
  • Gamen gebruiken om negatieve gevoelens (hulpeloosheid, schuld, angst) te ontvluchten of te verlichten

Gebruik deze zelftest om een idee krijgen of gamen een leuke hobby is of een probleem.

Behandeling van gameverslaving

Voor de behandeling van gameverslaving bestaat tot de dag van vandaag weinig onderzoek naar bewezen effectieve methoden. In de dagelijkse praktijk wordt gameverslaving bij de instellingen voor verslavingszorg op een vergelijkbare manier behandeld als andere verslavingen. Het is aangetoond dat cognitieve gedragstherapie (CGT), eventueel aangevuld met medicatie zoals SSRI’s, stemmingsstabilisatoren en nalmefeen, de meest veelbelovende positieve effecten heeft.4 Bij CGT gaat het om het veranderen van gedrag en de manier van denken. Er wordt ingezet op het versterken van de zelfcontrole van de patiënt, het aanleren van probleemoplossende vaardigheden en het verkrijgen van zicht op de functie van het gamen (functieanalyse).

Er is daarnaast een Nederlands behandelprotocol ontwikkeld voor de behandeling van gameverslaving.5 Deze is ook gebaseerd op CGT aangevuld met de Community Reinforcement Approach (CRA). Bij CRA wordt samen met de patiënt op zoek gegaan naar alternatieve activiteiten die in plaats kunnen komen van het gamen. Activiteiten die belonend zijn en de ‘functie’ van het gamen als het ware overnemen. Denk aan een nieuwe hobby of het uitbreiden van sociale contacten in real life. Ook is er veel aandacht voor de sociale omgeving van de patiënt, het systeem wordt mee genomen.

Daarnaast is het belangrijk om opvoedondersteuning te bieden aan de ouders en hen te informeren over gamen. Ouders kunnen een rol spelen in het monitoren van gamegedrag, stellen van grenzen en het stimuleren van alternatieve activiteiten.6 Klik hier voor meer tips voor ouders.

Bij de behandeling van gameverslaving is het belangrijk om oog te hebben voor comorbiditeit zoals ADHD, autisme, stemmingsklachten of andere verslavingen. Comorbiditeit komt vaak voor en het is belangrijk om te achterhalen welke rol het gamen speelt bij deze andere problemen.7 Is gamen bijvoorbeeld oorzaak of gevolg van een depressie?

Voor een overzicht en contactgegevens van instellingen voor verslavingszorg kijk hier.

Bronnen:

  1. Stevens G, Van Dorsselaer S, Boer M, et al. HBSC 2017. Gezondheid En Welzijn van Jongeren in Nederland. Utrecht/Den haag: Universiteit Utrecht, Trimbos Instituut, SCP; 2017. PDF
  2. Wisselink DJ, Kuijpers WGT, Mol A. Key Figures Addiction Care 2015. LADIS National Alcohol and Drugs Information System. Houten: Stichting Informatie Voorziening Zorg; 2016. PDF
  3. WHO. Gaming disorder, predominantly online. ICD-11 Beta Draft (Foundation). Published 2017. Accessed November 20, 2017. Link
  4. Winkler A, Dörsing B, Rief W, Shen Y, Glombiewski JA. Treatment of internet addiction: A meta-analysis. Clin Psychol Rev. 2013;33(2):317-329. doi:10.1016/j.cpr.2012.12.005
  5. DeFuentes-Merillas L, Van Erp M, Van Mil N, Dijkstra B. Richtlijnen En Protocollen. Behandeling Voor Gameverslaving En Problematisch Internetgebruik. Novadic-Kentron; 2012. http://dx.doi.org/10.1007/s12501-012-0040-1
  6. Popelier K, Vanmarcke K, Wijgaerts F. Dossier Gamen. Brussel: VAD; 2017. www.vad.be. PDF
  7. Van Rooij AJ, Schoenmakers TM, van de Mheen D. Assessment van gameverslaving in de klinische praktijk met de C-VAT 2.0. Verslaving. 2015;11(3):184-197. doi:10.1007/s12501-015-0027-9