Cijfers

Belangrijkste feiten

  • Gamen is een heel populaire hobby. Bijna alle kinderen gamen weleens.
  • Problematisch gamegedrag komt voor bij 4% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs, jongens 7%.
  • In 2015 meldden zich ca. 500 patiënten met gameverslaving bij de verslavingszorg.
  • Er is een duidelijk verschil in gamegedrag tussen jongens en meisjes. Meer jongens gamen, daarnaast gamen ze ook frequenter. Problematisch gamen komt bij jongens bijna 2 keer zo vaak voor als bij meisjes. Patiënten die in behandeling gaan voor gameverslaving zijn bijna uitsluitend man.
  • Bij een internationale vergelijking gamen Nederlandse kinderen iets meer dan het Europese gemiddelde.

Hoeveel jongeren gamen?

  • In het basisonderwijs gamet 87% van de scholieren1
  • In het basisonderwijs gamet 35% van de leerlingen dagelijks (50% van de jongens en 20% van de meisjes)2
  • In het voortgezette onderwijs gamet 68% van de scholieren wel eens1
  • In het voortgezette onderwijs gamet 27% van de scholieren dagelijks (jongens 42%, meisjes 11%)2
  • Vanaf het basisonderwijs neemt de frequentie van gamen geleidelijk af. Gamen van de 12 jarigen nog 35% bijna elke dag, is dit bij de 16 jarigen nog maar 18%.1

Gamen is dus een populaire hobby. Het is echter maar één van de activiteiten aan die jongeren tijd besteden. In de ESPAD (2015) is gekeken wat jongeren nog in hun vrije tijd doen.3 (Klik hier voor grote afbeelding)

In de grafiek is het volgende te zien:

  • Het internet is de meest populaire vorm van tijdsbesteding: meer dan 9 van de 10 jongeren gebruikt het internet dagelijks.
  • Sporten is ook populair: bijna de helft van de jongens sport (bijna) dagelijks en nog eens zo'n 40% op wekelijkse basis. Bijna een derde van de meisjes sport (bijna) dagelijks en nog eens zo'n 52% op wekelijkse basis.
  • Lezen in de vrije tijd is een activiteit van de minderheid: zo'n 79% van de jongens en 63% van de meisjes leest nooit een boek.

Problematisch gamegedrag

Data uit het HBSC onderzoek (2017) bieden de mogelijkheid om verder naar gezond en ongezond gamegedrag te kijken.5 Jongeren zijn bevraagd over de gevolgen van hun gamegedrag en de rol die gamen in hun leven speelt (gemiddelde leeftijd: 14). Hieruit kwamen de volgende type gamers naar voren:

  • Risicogamers (totaal: 4%, jongens: 7%): Deze problematische groep gamers scoort positief op minimaal vijf van de negen vragen over gamestoornis en heeft minimaal één direct probleem met gamegedrag (stiekem gamen, ruzie door gamegedrag, het verliezen van andere hobby's/activiteiten, het optreden van ernstige problemen met familie of vrienden). Deze groep gamet minimaal twee tot drie dagen per week. Deze groep speelt gemiddeld zo'n 23 uur per week games.
  • Hobbygamers (totaal: 36%, jongens: 55%): minimaal twee tot drie dagen per week gamen. Deze groep speelt gemiddeld zo'n 14 uur per week games.
  • Niet-gamers/incidenteel gamers (totaal: 60%, jongens: 38%): de overige groep jongeren, die incidenteel of nooit gamen, gemiddeld speelt deze groep 3 uur per week games.

Problematisch gamen lijkt het meest voor te komen onder spelers van multiplayer online games (zoals World of Warcraft, Fortnite, GTA, Call of Duty).
Naarmate het schoolniveau stijgt, daalt het risicovol gamen: risicovol gamen komt het meest voor bij leerlingen van VMBO-b (5%) en het minst bij leerlingen van HAVO- en VWO (3%).
Ook naarmate leerlingen ouder worden daalt het aantal weekuren dat wordt besteed aan gamen. Minstens 24 uur per week gamen komt het vaakst voor bij 13-jarigen (10%) en komt het minst voor onder de 16-jarigen (5%).

Meer weten over geslacht, opleidingsniveau, hoge dagelijkse speeltijd, device en soort game? Bekijk de factsheet.

Hulpvraag

Het aantal mensen dat hulp bij de verslavingszorg zoekt voor gamen is tot 2013 sterk gestegen en schommelt sindsdien rond de 500 per jaar. In 2015 waren er 537 personen met een hulpvraag voor internetgamen, wat neerkomt op 3 inwoners per 100.000 inwoners. Veel meer mannen dan vrouwen melden zich met een gameverslaving, namelijk 92% tegenover 8%. De gemiddelde leeftijd is 21 jaar en 82% van de hulpvragers is jonger dan 25 jaar. Het aandeel autochtoon is 89%. 

Het werkelijke aantal gameverslaafden is moeilijk te bepalen. Dat komt mede doordat mensen zich bijvoorbeeld aanmelden bij een instelling omdat ze willen stoppen met blowen, maar daarnaast ook verslaafd zijn aan gamen. Het aantal hulpvragen is in de jaren flink gestegen. Dat kun je zien in de tabel hieronder6.

2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009
537 544 517 411 242 182 69

Internationale vergelijking

Het ESPAD-onderzoek (2015) maakt een vergelijking mogelijk van het gamegedrag van 15- en 16-jarige scholieren uit Europa3. In 2015 deden in totaal 96.046 scholieren uit 35 landen mee. Uit het onderzoek bleek dat 23% van alle ESPAD-scholieren regelmatig online gameden (tenminste 4 keer in de afgelopen week). De Nederlandse scholieren scoorden met 27% iets hoger dan dit totaal gemiddelde. Regelmatig online gamen kwam het meeste voor in Denemarken (45%) en het minste in Georgië (13%). Ook internationaal gamen jongens veel vaker dan meisjes (39% vs. 7%). De meeste online gamende jongens waren te vinden in Denemarken (64%) en Zweden (58%) en de minste in Georgië en Monaco (23%). De meeste gamende meisjes waren te vinden in Denemarken (28%) en Monaco (18%). Voor Nederland gold dat 48% van de jongens en 6% van de meisjes regelmatig online gameden.

Samengevat zien we dus dat Nederlandse kinderen iets meer gamen dan het Europese gemiddelde.

Bronnen

  1. Van Dorsselaer S, Tuithof M, Verdurmen J, Spit M, van Laar M, Monshouwer K. Jeugd En Riskant Gedrag 2015. Kerngegevens Uit Het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos - instituut; 2016. PDF
  2. Stevens G, Van Dorsselaer S, Boer M, et al. HBSC 2017. Gezondheid En Welzijn van Jongeren in Nederland. Utrecht/Den haag: Universiteit Utrecht, Trimbos Instituut, SCP; 2017. PDF
  3. Kraus L, Guttormsson U, Leifman H, et al. ESPAD Report 2015. Results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. (ESPAD Group, ed.). ESPAD Group; 2015. doi:10.2810/564360
  4. Van Rooij AJ, Schoenmakers TM, van de Mheen D. Problematisch Gebruik van Sociale Media En Games [Problematic Use of Social Media and Games]. Zoetermeer: Kennisnet & IVO; 2014. doi:10.13140/RG.2.1.4707.5680
  5. Wisselink DJ, Kuijpers WGT, Mol A. Key Figures Addiction Care 2015. LADIS National Alcohol and Drugs Information System. Houten: Stichting Informatie Voorziening Zorg; 2016. PDF