Rapportages over gamen

Factsheet (on)gezond gamegedrag

Er zijn veel zorgen bij ouders, docenten en professionals rondom het gamegedrag van jongeren. Het blijft echter lastig om de grens in te schatten tussen een passionele hobby en het verliezen van controle. De factsheet (on)gezond gamegedrag van Nederlandse jongeren (2019) combineert data over gamegedrag van Nederlandse jongeren zodat er meer inzicht ontstaat in het normale - en abnormale - speelgedrag.

Spelen hoort bij een gezond leven: digitaal spelen net zo zeer. Deze factsheet laat zien dat gamen - ook frequent gamen - niet gepaard hoeft te gaan met mentale of lichamelijke gezondheidsproblemen. In tegenstelling: hobbygamers roken, blowen en drinken minder vaak
dan niet-gamende jongeren - ze spelen zo’n 14 uur per week en ervaren weinig problemen.

Zo’n 7% van de jongens behoort tot de risicogamende groep. Deze groep vertoont vijf keer zo vaak lichamelijke en mentale gezondheidsproblemen en speelt gemiddeld zo’n 23 uur per week.
Het advies aan professionals is dan ook om waakzaam te zijn bij extreem gamegedrag, zeker als dit samenhangt met andere problemen.

 

Rapport Gezondheid en Welzijn van Jongeren (HBSC 2017)

Worden jongeren in Nederland gezonder of minder gezond? Moeten we ons nog zorgen maken over hun gamegedrag? Zitten
jongeren niet te veel op hun mobiel? Hoe heeft hun relatie met klasgenoten, vrienden en ouders zich ontwikkeld in de laatste jaren? Het rapport HBSC 2017 Gezondheid en Welzijn van Jongeren in Nederland (2018) bevat de nieuwste resultaten van het Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) onderzoek. Dit is een landelijk representatief onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van scholieren in de leeftijd van 11 tot en met 16. Het rapport bespreekt thema's zoals schooldruk, relaties, middelengebruik, gamen en social media. Het HBSC onderzoek wordt elke vier jaar uitgevoerd, waardoor het mogelijk is om een beeld te krijgen van trends en ontwikkelingen rondom de gezondheid en het welzijn van jongeren. Lees hier het persbericht met een aantal belangrijke uitkomsten.

 

Problematisch gamen: aanbevelingen voor preventie

Gamen is voor veel jongeren een leuk tijdverdrijf, maar helaas loopt het soms uit de hand. De afgelopen jaren is de hulpvraag bij de verslavingszorg voor problematisch gamen gestegen naar zo’n vijfhonderd hulpvragen per jaar. Hoewel vijfhonderd hulpvragen op het totale aantal gamers weliswaar een klein aantal is, gaat het veelal om jonge mensen en kan de impact op hun opleiding, loopbaan, relatie en familie groot zijn. Hoe kunnen we problematisch gamen voorkomen?

Op deze vraag wil het rapport ‘Problematisch gamen: aanbevelingen voor preventie’ (2016) antwoord geven. In het rapport wordt ingegaan op de factoren die samenhangen met problematisch gamen en er worden acht concrete aanbevelingen gedaan met betrekking tot interventies die professionals binnen maatschappelijke organisaties, zoals leefstijlinstituten, instellingen voor verslavingszorg, en andere zorg- en hulpverleningsinstanties kunnen inzetten ter preventie van problematisch gamen.

Zo wordt geadviseerd om preventie vooral in te zetten op hoog-risico groepen (in plaats van alle jongeren), en daarbij aandacht te hebben voor de persoonlijke factoren die een rol spelen bij het ontstaan van problematisch gamen. Het maakt voor de aanpak namelijk uit of een jongere heel veel gamet omdat hij moeite heeft om sociale contacten te onderhouden of omdat hij zeer slecht in staat is om zijn impulsen onder controle te houden.

Daarnaast lijken er nog veel vragen te leven bij ouders en professionals over het omgaan met jongeren die (veel) gamen. Aanbevolen wordt om ouders en professionals de komende jaren van meer informatie te voorzien die hen kan ondersteunen bij de opvoeding ten aanzien van gamen.

 

Dossier Gamen

In het Dossier Gamen (2017) bundelt VAD (Vlaams expertisecentrum voor alcohol, drugs, medicatie, gokken en gamen) de stand van zaken van wetenschappelijke literatuur anno 2017 over (problematisch) gamen. Er wordt onder andere besproken wat er bekend is over gamecategorieën, de ontwikkeling van technologie, positieve effecten en risico's van gamen, problematisch gamen, preventie en hulpverlening. Lees in dit artikel meer over de inhoud van het dossier.

 

Media en kinderen met een LVB

Kinderen met een licht verstandelijke beperking (LVB) vormen een kwetsbare groep op het gebied van mediagebruik. Hindernissen zijn bijvoorbeeld een lager taalbegrip, verminderd besef van normen en waarden en meer moeite met impulsbeheersing. Moeite met het beheersen van impulsen kan verslavingsgevoeligheid in de hand werken. Het Nederlands Jeugd Intituut (NJI) heeft twee rapporten over media en LVB gepubliceerd:

In het rapport 'Media en kinderen met een LVB' (2015) van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) analyseren de auteurs wat nodig is om kinderen met een licht verstandelijke beperking beter te betrekken bij mediawijsheid. De auteurs bespreken onder andere welke materialen, producten en diensten er specifiek voor het begeleiden van kinderen met een LVB zijn, en welke concrete behoeftes er leven onder begeleiders en docenten van kinderen met LVB.

Het rapport 'Mediawijsheid bij kinderen met een LVB' (2018) is een verkenning van ervaringen in de praktijk. Dit rapport geeft inzicht in de theorie en daarnaast in hoe momenteel omgegaan wordt met
kinderen met een lvb en hun mediagebruik in de huidige praktijk van het (speciaal) onderwijs en de zorgsector in Nederland.